
Met de warme dagen nu, hangt er wel vaker een licht gerookt geurtje in de lucht, al dan niet spiced. Hoog tijd om zelf ook eens een vuurtje te stoken, denk ik dan. En waarom er ineens niet iets nieuws op gooien, “New Sensations” van Lou Reed gewijs π. Zo ben ik onlangs op een receptje gestoten van Jeroen Meus waar ik mijn eigen twist aan gegeven heb. De vrienden zagen dat het goed was, so here goes π.
Ben een stukje varkensvlees gaan halen – dat mag een gebraadje zijn of een stuk spiering van 1.5kg – en heb dit rondom met zout bestrooid. Dit heeft zo een nachtje in de koelkast gestaan.
De dag van de barbecue heb ik dan ’s ochtends een marinade gemaakt van het volgende:
- 3 el honing
- 3 el rode miso
- 5 el rijstwijn
- 2 el lichte soja
- 3 el hoisin
- Beetje limoen
- Een vers chilipepertje in stukjes gehakt
- Een klein lepeltje ketjap manis
Dit gaat allemaal in een kookpot op laag vuur en je roert er zo lang in totdat alles mooi verbonden is met elkaar. Je haalt je pan van het vuur en doet er nog een klein lepeltje 5-spice in. Nog wat roeren en laten afkoelen.
Eens afgekoeld, haal je het vlees uit de frigo en smeert het goed in met ongeveer de helft van de marinade. De andere helft dient om straks op het vuur bij te smeren. Vlees terug de frigo in, wat je tijd geeft om een voorgerechtje voor te bereiden.
Heb rauwe gambastaarten uit hun harnas gehaald en hun darmkanaaltjes verwijderd. Dan snij je look, gember en chili heel fijn en doet dit bij de gamba’s. Beetje olie, limoen en soja, goed mengen en ook dit mag terug de frigo in.
Dan de rijst: basmati. Een grote kop voor 4 personen is genoeg. Je spoelt de rijst in koud water, doet hem in een kookpot met dikke bodem en voegt er net iets minder dan 2 koppen water bij. Beetje zout, en dan op laag vuur met deksel erop aan de kook brengen. Eens dat het borrelt, roer je er eens door, en zet je het vuur zo laag als je kan. Het water moet echt niet meer koken. Deksel er terug op en 7 à 8 minuten laten staan. Als de rijst al dente is en het water verdwenen, zet je dit af en laat het deksel erop zitten. Dit mag afkoelen.
And then you light your fire π. Een barbecue met deksel is hier het meest handig. Zorg er ook voor dat je directe en indirecte warmte hebt onder je grillrooster. Je vlees gaat ongeveer een uur op het indirecte gedeelte (vergeet niet bij te smeren als het te droog wordt). De thermometer op je grilldeksel mag 150°C geven, maar zeker niet meer. Als je het gerookt smaakje opzoekt, leg dan in het begin even een houtblokje op je briquettes of houtskool.
Wanneer het vlees al even op de grill ligt en de apéro in je glas op is, snij je wat ui, look, chili, gember en een hele bussel paksoi fijn. Dit bak je in de wok op wat olie. Je voegt je afgekoelde rijst toe, dan sojasaus, een paar druppels sesamolie en wat van de vleesmarinade. Je bakt je rijst zo crispy als je zelf wilt en houdt het warm.
De gambastaarten komen dan aan de beurt; want iedereen heeft al honger π. Je kan ze best per 5 op stokjes steken die je eerst hebt laten weken in koud water. Die leg je dan op het directe vuur op de grill. Ze zijn heel snel klaar, dus bijblijven! Serveren kan met fijngesneden koriander of gewoon met een limoenschijfje. Zeer lekker hapje terwijl jij het vlees afwerkt!
Als het uur om is en je vlees stevig begint aan te voelen, haal je het van de grill en pakt het stevig in aluminiumfolie in. Ik leg dit dan in mijn oven, zonder dat deze aanstaat, gewoon zodat niet te veel sap en warmte verdwijnen. En terwijl het vlees rust, warm ik de rest van de marinade op, die dan als saus op tafel gezet kan worden.
En zo ben je klaar. Vlees mag in plakjes gesneden worden. Rijst en saus erbij en smakelijk! π
Liefs,
Martha
Reactie plaatsen
Reacties